Wat leuk, dacht ik, toen ik de aankondiging zag van de heruitgave van het vegetarische kookboek dat Kafka na zijn verblijf in Lahmanns sanatorium bij Dresden in 1903 zou hebben gekregen. Het was een van de eerste buitenlandse reizen van Kafka, hij was jarenlang een gezondheidsfreak — hoewel later geen consequente vegetariër  — en het sanatorium was Europawijd zeer populair (het verhaal gaat dat ‘onze’ Lodewijk van Deyssel tegelijk met Kafka daar gast was(1)).

Na ontvangst dook ik direct in de band, die aan de buitenkant al een fantasierijke vormgeving heeft. Ik verwachtte een facsimile-herdruk van het kookboek, maar het bleek geheel opnieuw gezet en vormgegeven (helemaal overgetypt of met OCR-techniek gedaan?). Maar vooruit, dat was mijn eigen verwachting, dus niet de auteurs te verwijten. Maar toch, bij die teleurstellig bleef het niet.

De makers van dit boek, arts Eva Gritzmann en literatuurcriticus Denis Scheck, blijken zich gebaseerd te hebben op Reinhard Stachs Kafka-biografie. Hij zou onthuld hebben dat Kafka het kookboek bij het verlaten van het sanatorum cadeau gekregen had. Ik pakte meteen Stach erbij en wat bleek: hij schreef dat kuurgasten het boek meekregen. Hij liet dus, lijkt mij, eigenlijk impliciet open of Kafka zelf het daadwerkelijk kreeg en ook mee naar huis nam. Hij gaf als eerste de titel:  Hygieinisches[!] Kochbuch zum Gebrauch für ehemalige Curgäste (2), wat aangevuld kan worden met: von Dr. Lahmanns Sanatorium auf Weißer Hirsch bei Dresden. Kortom, de basis voor de auteurs is dus nogal twijfelachtig.

Het maakte me nieuwsgierig. Hoe zit dit? Maar eerst wat we in deze uitgave kunnen aantreffen.

Weird Tales
Het boek opent met een zeer lange inleiding van ruim veertig bladzijden! Heel goed, want vegetariër Kafka verdient wel enige aandacht. Mij is in elk geval geen omvattende studie over dat toch belangrijke levensaspect — want immers zonder goede en juiste voeding geen gezonde, laat staan levende Kafka en dus geen goede schrijver — bekend, hooguit enkele artikelen.

Het Lahmann sanatorium, links Dr. Heinrich Lahmann

Maar helaas meandert het hele verhaal alle kanten op. Pagina’s lang van het ene onderwerp naar het andere en weer terug, geen enkele tussenkop, en slechts vier illustraties voor de toch broodnodige afwisseling, terwijl er veel beeldmateriaal over het Lahmann-sanatorium beschikbaar is. En dan is er opeens een vreemde passage, als een soort eiland, waarin de auteurs uitgebreid aankomen met hun eigen ervaringen met en interpretaties van enkele Kafka-verhalen. Bovendien bestaan veel alinea’s uit erg lange citaten. Een van de vier illustraties wekte mijn verbazing en lachlust: een omslag van het pulpblad Weird Tales met de kop van Poe. Waarom? Omdat de auteurs bij Kafka’s verhalen aan dat blad en Poe moesten denken en het vervolgens betreuren dat Kafka-biograaf Max Brod die associatie niet heeft gehad! Arme Brod!

‘die für ihn einzig bekömmliche Kost’
Terug naar de passage in Stachs biografie. Aansluitend daarop gaat hij in op Kafka’s vegetarisme, waarmee hij — ongewild? — suggereert dat Kafka dat al aanhing sinds zijn verblijf in Lahmanns sanatorium. Klopt dat wel? Ik ben er dus maar eens flink ingedoken.

De vraag dringt zich dan op, wanneer Kafka voor het vegetarisme, voor zijn ‘vegetarische Verwandlung’ (curieuze ondertitel van het besproken boek) koos. En dat is een moeilijke kwestie, Stach laat zich daarover niet expliciet uit. Interessant in dit verband is wat Brod eind 1912 aan Felice Bauer schreef: zijn vriend had ‘nach jahrelangem Probieren endlich die für ihn einzig bekömmliche Kost gefunden, die vegetarische.’(3) Dat woord ‘vegetarisch’ en ook ‘Vegetarismus’ (soms ook ‘Vegetarianismus’) duikt voor het eerst in zijn dagboek en brieven op eind 1910, wanneer hij het heeft over een ‘vegetarisches Nachtmahl’. Begin dat jaar had hij last van maagproblemen, wat de behoefte aan aangepaste voeding wekte. Vermoedelijk zijn Kafka’s ontmoetingen met de Warnsdorfer natuurgenezer Moriz Schnitzer in 1911 een extra stimulans geweest om zich op het vegetarische pad te begeven. We mogen, alles bij elkaar bezien, aannemen dat Kafka rond 1910 het vegetarisme ging belijden en dus niet zo’n zeven jaar eerder.

Ei bakken
Dan het Hygieinisches[!] Kochbuch zum Gebrauch für ehemalige Curgäste zelf. Een heel andere hiermee samenhangende vraag is dan: heeft Kafka het kookboek zelf gebruikt? Laat het meteen duidelijk zijn: er is geen enkele aanwijzing dat Kafka ooit zelf gekookt heeft. Hij woonde meestentijds in het ouderlijk thuis, waar een kokkin de scepter zwaaide, en als hij rond 1914-15 op zichzelf woonde at hij bij zijn ouders of bracht zus Ottla hem zijn eten. Het is zelfs de vraag of hij überhaupt een ei kon bakken. Dus Kafkas Kochbuch is eigenlijk een onmogelijke titel.

De keuken van het sanatorium, met compôte en salade

Interessant is natuurlijk ook de vraag wie Elise Starker als auteur van het kookboek is. Ze wordt een keer genoemd, verder niets over haar. In dit geval is ze dat niet echt te verwijten, want er valt inderdaad niet veel over haar te vinden. Bekend is dat ze de chef-kok van Lahmanns sanatorium was, dat ze aanvankelijk het kookboek in eigen beheer uitgaf en de verkoop uitbesteedde aan Alexander Köhler in Dresden en dat ze in 1921 is overleden. Ze wordt al genoemd in Sophie Pataky’s Lexikon deutscher Frauen der Feder (1898)(4), maar alleen met haar kookboek. In haar voorwoord schreef ze: ‘Die Fleischspeisen sind in unserem Kochbuch nicht aufgeführt, da wir auf diese überhaupt weniger Wert legen’. Later in zijn leven at de ongehoorzame Kafka af en toe toch vlees.

5e druk, 1898

Vier jaar te laat
Een laatste, prangende vraag is dan de opname van dat kookboek door de auteurs in hun boek. Tijdens de voorbereiding daarvoor vonden al snel tot hun vreugde bij een antiquaar een goed exemplaar van het kookboek. Die uitgave zou Kafka ook gekregen hebben. En wat blijkt? Het is de 16e druk uit 1905, zo toont de afdruk van de titelpagina (de eerste druk verscheen kort voor 1893). Tien pagina’s verder blijkt er nog het voorwoord uit de 17e druk van 1907 te staan. Heel vreemd! Het is dus een editie van minstens vier jaar na Kafka’s verblijf in Weißer Hirsch. De auteurs hebben dus de verkeerde editie helemaal overgetypt (of laten overtypen of laten OCR-en)!

Ik verdiepte me dus maar eens in de drukgeschiedenis. De laatste druk vóór Kafka’s verblijf in Weißer Hirsch is de achtste uit 1900 (de negende is van 1904). Bovendien begint de titel toen en óók in die 16de en 17de druk met Hygieinisches, dus met een vreemde extra i.

Nu kan het zijn dat de herdrukken ongewijzigde edities van bijvoorbeeld de eerste druk waren en dat dus de hoeveelste druk qua tekst niet van belang was, maar dat hadden de bezorgers dan toch moeten checken, lijkt me. Daar blijkt niets van.

Maar daar blijft het niet bij. In hun ‘Editorische Notiz’ achterin vertellen de auteurs dat ze de structuur van het oorspronkeljke kookboek hebben veranderd: het omvangrijke receptdeel hebben ze naar voren, maar na de beide voorwoorden verplaatst. Allemaal goed en wel, maar het maakte mij toch wel nieuwsgierig naar een originele uitgave. Dat bleek niet eenvoudig want de diverse edities, die ik kort na het uitkomen van het kookboek nog op internet te koop zag, bleken, toen ik eindelijk tot aankoop besloot, allemaal verkocht. Dankzij Kafkas Kochbuch neem ik aan. Maar met veel moeite vond ik een exemplaar uit — helaas — 1905 helemaal in… Dordrecht.

Gugelhupf
Tot slot een verrassing. Stach noemt in de genoemde passages meteen de ‘Guglhupf à la Lahmann’, het tulbandgebak dat hij als enige thuis bij het ontbijt kreeg. Zijn bron hiervoor is Anna Pouzarová, in 1902-03 kindermeisje bij de Kafka’s, die inderdaad de Lahmannse versie noemt in haar herinneringen. Dan zal het recept daarvan ook wel in Kafkas Kochbuch staan. Maar helaas, tot mijn verbazing ontbreekt het. En de auteurs noemen de tulband niet eens. Beide nogal vreemd. Vermoedelijk vond Kafka het gewoon een lekker gebak.

Eva Gritzmann & Denis Schreck (Hrsg.), Kafkas Kochbuch. Franz Kafkas vegetarische Verwandlung in 544 Rezepten. Klett-Cotta, Stuttgart 2025. — 445 pp., € 35,00. – ISBN 978-3-608-96665-7.

(1) Zie ‘Taartjes en poppekoppen’ I-II, Kafka-Katern 2 (1994) 1 & 2.
(2) R. Stach, Kafka. Die frühen Jahre (2014), deel 1, p. 300.
(3) Brief van 22-11-1912.
(4) Bd. II, p. 320.