
Op 21 maart jl. overleed Wil Hansen (vermoedelijk in Wenen, waar hij al heel lang woonde). Boven aan de rouwadvertentie in NRC Handelsblad staat: ‘Mijn boot heeft geen roer, hij vaart op de wind die in de onderste regionen van de dood waait.’ Ondertekend: Franz Kafka.
Het Kafka-citaat verwondert niet, want Wil heeft zich al sinds jaren met de Praags-Duitse schrijver beziggehouden en kende dus ongetwijfeld dit citaat, afkomstig uit ‘Der Jäger Gracchus’ (‘Mein Kahn ist ohne Steuer, er fährt mit dem Wind der in den untersten Regionen des Todes bläst.’). Het zou mij niet verbazen als de vertaling van Wil zelf afkomstig is, want hij was naast redacteur en recensent ook vertaler. (Foto ontleend aan Memori.nl.)
Precies die dubbelrol van recensent-vertaler treedt naar voren in zijn Kafka-besprekingen. Daarvan noem ik allereerst ‘Een heks op de preekstoel’ uit 1989 over Thomas Graftdijks vertaling Het proces (NRC Handelsblad, 5-5-1989). Wil had nogal wat kritiek op deze vertaling — ‘onbevredigend’ kortgezegd — en koppelde daar een korte beschouwing over de moeilijke positie van de vertaler in het algemeen aan vast. De illustraties van Jan Vlasveld vond hij ‘werkelijk prachtig’.
Vier jaar later besteedde hij in ‘Met muizeogen kijken naar het kattedonker’ aandacht aan Willem van Toorns vertaling van Kafka’s en Brods correspondentie. Hij gaf hierin een uitvoerig overzicht van de relatie tussen beide vrienden, maar zei verrassend genoeg helemaal niets over de kwaliteit van Van Toorns vertaling (de Volkskrant, 13-8-1993). Dit zou een heftig vervolg krijgen, waarover hieronder meer.

Kleine Kafka
Eind 2022, dus kort na de ontmoeting met Wil in Wenen, kwam mij ter ore dat Wil werkte aan een boekje over Kafka: De kleine Kafka. Zijn leven en werk uiteengezet, te verschijnen bij Atlas Contact. Het kreeg deze beschrijving mee:
‘Franz Kafka was een van de stilste schrijvers van de 20e eeuw – en als het aan hem had gelegen was hij letterlijk doodgezwegen. Hij wilde dat na zijn dood al zijn literaire werk (voor het overgrote deel nog ongepubliceerd) zou worden vernietigd. Dat is niet gebeurd. Sterker nog, er is geen schrijver uit die eeuw die meer tot de verbeelding spreekt dan juist hij, Franz Kafka – zelfs tot de verbeelding van mensen die nooit een letter van hem gelezen hebben. Met zijn naam wordt een meedogenloze bureaucratie geassocieerd, existentiële eenzaamheid, de pijnlijke onmogelijkheid zich te binden, groteske en bizarre verhalen, die even hilarisch als serieus kunnen worden opgevat. Van zijn naam is een woord afgeleid dat voorkomt in de Dikke Van Dale: ‘kafkaësk’. Hij schreef enkele romans en verhalen die tot het beste uit de wereldliteratuur behoren: Het proces, De gedaanteverwisseling, Het slot, Amerika. Zijn dagboeken zijn van een ongehoorde intensiteit.’
Dat klonk veelbelovend. Begin 2023 bestelde ik een recensie-exemplaar, maar kreeg de melding dat de verschijningsdatum onbekend was, naar verwachting nog datzefde jaar, dat wel. Onlangs vernam ik van de uitgeverij dat het boekje tot mijn spijt niet gaat verschijnen. Een deel van het manuscript was al binnen, maar het is nooit voltooid. Kennelijk is Wil — door ziekte? — helaas niet meer aan voltooiing toegekomen.

Heftig vervolg
In 1995 zou het tot een botsing tussen Hansen en Van Toorn komen. Begin dat jaar was de vertaling door Van Toorn en Gerda Meijerink van Der Verschollene onder de titel Amerika / Der Verschollene bij Athenaeum-Polak & Van Gennep/Querido verschenen. Wils mening hierover was niet mals. Het resultaat liep volgens hem ‘vast in stilistische hulpeloosheid’. De dialaogen in het boek moeten volgens hem ‘bekken’ en dat doen ze volgens hem nergens. Tot slot klaagde hij: ‘Mijn exemplaar van Amerika wemelt intussen van de potloodstrepen, het is één en al kras. Wat ik met het boek heb gedaan, had een redacteur van Querido moeten doen. […] Er zal waarschijnlijk pas over tientallen jaren een derde complete vertaling komen. […] Dus moet om te beginnen de nieuwe vertaling van Amerika over.’ (de Volkskrant, 17-3-1995)
Dat liet Van Toorn zich niet zeggen en reageerde met een lange ingezonden brief. Hij bleek het niet eens met Wils klacht over het ‘niet bekken’ en dergelijke. Van Toorn stelde daartegenover dat ‘zo veel mogelijk van de oorspronkelijke stijl gehandhaafd’ moet blijven, ook al is Kafka’s taal ‘weerbarstig, gewrongen en onhandig’. Het is volgens hem de taak van de vertaler om die eigenaardigheden ‘zo precies mogelijk’ weer te geven, ‘desnoods in even eigenaardig Nederlands’ (de Volkskrant, 31-3-1995).
Een belangrijke kwestie, vond ook de redactie van het Kafka-Katern, toen het blad van de Kafka-Kring. Germaniste én bestuurslid Jeannette Klusman boog zich uitgebreid over de kwestie, waarvan hieronder de tekst. Bovendien kwam het eind april uitvoerig ter sprake in het VPRO-programma De Avonden, waarvan het Katern een transcriptie maakte en publiceerde. De kern van de felle discussie draaide om smaakverschil en richtte zich tegen Hansens opmerking dat een vertaling moet ‘bekken’ en de vertaling eigenlijk over moest.
Naar aanleiding van deze openbare vertalers-schermutseling vond er in 1996 in De Balie een vertalerscolloquium plaats, om — zo Van Toorn — ‘het eens zeer precies, woord voor woord, zin voor zin, over de aanpak van een vertaling te hebben’. Kafka’s verhaal ‘Der Kübelreiter’ was uitverloren als test-case. Uiteraard waren Wil en Van Toorn daarbij present. Laat ik er dit over zeggen: het ging er met name tussen hen af en toe stevig aan toe. En nog in 2018 was Van Toorn er — kortgezegd — nog kwaad over.
We kunnen vaststellen dat Wil Hansen nadrukkelijk zijn partij heeft meegeblazen in de vertaal-discussie over Kafka’s werk over het hoofd van de auteur zelf.
Niels Bokhove

